Over hartstocht en een spiksplinternieuwe held

Vandaag was het zover, er stond een natuurijsmarathon op het programma. In Noordlaren. Op een opgespoten baantje weliswaar, maar als het water door de natuur bevroren is, telt het als natuurijs. De voorpret is natuurlijk al leuk. Al die mensen die keihard werken om een mooie ijsvloer neer te leggen, de spanning of het wel of niet door zal gaan, een dorp dat uitloopt om naar de lokale en nationale helden te komen kijken. Overal blije gezichten, voorbeschouwingen op de lokale omroep en dan eindelijk de wedstrijd. De enige ook, voorlopig, wat het een extra bijzondere wedstrijd maakte.

Een wedstrijd van nieuwe helden was het. We kregen een kijkje in de toekomst. Jonge schaatsers, die nergens bang voor zijn. Die aanvallen tot ze erbij neervallen. Die koersen tot kunst verheffen. De toekomstige winnaars en winnaressen van natuurijsklassiekers, grand prix wedstrijden in Zweden, de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee en, als hij ooit nog komt, de echte Elfstedentocht. Een wedstrijd ook van een spiksplinternieuwe held, van een brutale belofterijder die zomaar tussen de grote mannen in de kopgroep reed *neem hier even de tijd om te applaudisseren voor Danny Stam of om ‘hup Danny’ te roepen*. Ik geloof niet dat we ons zorgen hoeven maken over de opvolging van de doorgewinterde winnaars in het peloton.

Zo’n wedstrijd is nog mooier als je de schaatsers kent. Als het geen nieuwe namen voor je zijn, maar juist vertrouwde gezichten. Daarom vind ik dat mensen die zich schaatsliefhebber noemen zich niet alleen bezig zouden moeten houden met de langebaan, maar juist ook met de marathon. Dat je het ploegenspel al snapt voordat het gaat vriezen. Dat je weet hoe de lokale rijders heten, hoe ze eruitzien, bij welke ploeg ze rijden. Dat je iemand aan kunt moedigen. Dat je trots kunt zijn op ‘jouw’ schaatsers.

In alle divisies rijden schaatsers rond die ik inmiddels een beetje als ‘mijn’ schaatsers beschouw. Schaatsers die ik nog zou herkennen als iedereen in hetzelfde pak zonder nummer zou rondrijden. Die ik herken aan hun slag, hun stijl, hun armbewegingen, hun bochten, hun billen of aan het puntje van hun neus (lezen jullie mee, NOS en andere televisiestations? Dit zijn skills die jullie behoorlijk van pas zouden kunnen komen). Schaatsers die ik op bezwete wangen heb gekust, voor wie ik kletsnatte nekbeschermers heb vastgehouden of van wie ik af en toe de bloemen krijg als ze podium hebben gereden. Schaatsers die ik huilend over de finish heb zien komen, die ik van uitputting heb zien overgeven, schaatsers met wie ik soms grapjes maak die alleen wij begrijpen. Ik denk dat trouwe marathonvolgers soortgelijke ervaringen hebben.

Voor mij is dat een meerwaarde. Misschien ben ik wel gewoon heel sentimenteel of romantisch aangelegd, maar ik kijk toch net wat lekkerder naar een sport als ik hartstochtelijk mee kan leven. In Nederland komt de hartstocht pas echt naar boven als het erg koud is buiten. Als we hopen en dromen en even al onze zorgen vergeten. Dat hebben we dan te danken aan Koning Winter die kortstondig ons land aandoet, maar ook aan de vrijwilligers en de schaatsers. En als we dan weer binnen zijn en met rode wangen aan de warme choco of erwtensoep zitten, dan gloeit de hartstocht nog een beetje na. Dan zijn we voor even een beetje verliefd. Op de kou, op het ijs en op onze schaatsers.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s