De achterkant van het OKT

Jubelkreten, vreugdetranen, een kolkend Thialf. Opgewonden speculaties over de matrix, analisten, camera’s, interviews, het kon niet op de afgelopen vijf dagen. De schaatssport stond volop in de belangstelling. Het olympisch kwalificatietoernooi voldeed aan alle eisen. Schaatsers die deden wat er van ze verwacht werd, schaatsers die faalden, schaatsers die verrasten, alle ingrediënten voor spektakel waren aanwezig. Het OKT stelde de schaatsliefhebber niet teleur.

Als de wedstrijden gedaan zijn, loopt Thialf altijd verrassend snel leeg. Opgewonden napratend over de wedstrijden, zoeken de mensen hun auto weer op. Degenen die overblijven, hebben meestal op een of andere manier iets met de sport of de sporter te maken. Zij weten hoe het stadion eruit ziet als de lichten uitgaan. Zij hebben even tijd nodig om bij te komen. Om hun wangen te drogen. Om er voor iemand te zijn. Zij kennen de vreugde, maar ook de schaduwzijde van topsport.

Ineens bevond ik mij daar, aan de achterkant van het OKT. Weg van de camera’s, weg van het publiek, weg van juichende schaatsers, weg van glorieuze prestaties. Waar ik was, heerste stilte en verslagenheid. De keerzijde van geluk. De sfeer deed denken aan een begrafenis. Terecht wel, want hier werden olympische dromen begraven, of op zijn minst vier jaar in de ijskast gezet.

Opbeurende woorden bloedden dood en werden geabsorbeerd door de intense teleurstelling. De race werd besproken. Die was eigenlijk best goed, maar toch was het niet genoeg. Een jongetje doorbrak de spanning door de kring binnen te banjeren en met een stralend gezicht om een handtekening te vragen. Die kreeg hij. Natuurlijk. De glimlach die het jongetje teweeg bracht, maakte een einde aan de ongemakkelijkheid. Er werd bier gehaald en chips gegeten. Achter mij hoorde ik iemand huilen.

Waar bij de ene schaatser stilte heerste, verwerkte de ander zijn verlies met een stortvloed aan woorden en een waterval aan tranen. Aan de achterkant van het OKT kon je de harten bijna horen breken. Vrouwen, vaders, moeders, vrienden, allemaal probeerden ze de stukjes bij elkaar vegen, om ze later zorgvuldig aan elkaar te kunnen lijmen.

Zelf had ik slechts een snelle kus en knuffel te bieden. Een bemoedigende glimlach hier en daar. ’s Avonds dronk ik misschien iets te gretig van mijn wijn. In bed dacht ik aan de stilte en de tranen. De volgende dag stond ik weer in het stadion en ging het OKT door. Ik zag vreugde en teleurstelling. Ik dacht aan de achterkant van het OKT. Aan gebroken dromen, aan verdriet, maar ook aan de voorzichtige lach, de veerkracht en de liefde. Aan de mensen die niet meededen, geduldig hun geliefden steunend.

Voor sommige schaatsers is er voorgoed een einde gekomen aan de olympische droom. Anderen gaan het over vier jaar weer proberen. Dan proberen ze uit alle macht om wel aan de goede kant te staan. Om voor de camera’s glunderend hun verhaal te vertellen. Toegejuicht door duizenden mensen. Dan zullen anderen in stilte aan de achterkant van het OKT staan. Dat hoort nou eenmaal bij topsport, waar alle clichés waar blijken en waar je soms niets anders kunt doen dan je vingers over iemands arm laten glijden en stil zijn.

20171228_192524.jpg

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s